Nieuwe steunmaatregel: Vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing voor opleiding van werknemers

2021 wordt wel eens het jaar van de opleidingen genoemd. Uit het regeerakkoord bleek al dat de regering veel belang hecht aan permanente vorming van werknemers.

Onze economie wordt gekenmerkt door de hoge productiviteit en kennis van de werknemers en daar wil de regering op inzetten door bedrijven aan te moedigen hun werknemers opleidingen aan te bieden.

Vanaf 1 januari 2021 werd gelet op het bovenstaande een nieuw fiscaal voordeel ingevoerd: een gedeeltelijke vrijstelling van de doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor opleidingen.

Werkgevers die hun werknemers opleidingen aanbieden, dienen onder bepaalde voorwaarden niet de volledige bedrijfsvoorheffing door te storten naar de schatkist. Op deze manier kunnen werkgevers een gedeelte van de loonkost van werknemers die opleidingen volgen, recupereren.

Om van deze subsidieregeling gebruik te kunnen maken, dienen evenwel een aantal voorwaarden voldaan te zijn.

Zo dient de werknemer ten minste 6 maanden bij de werkgever tewerk gesteld te zijn en een minimum aantal dagen opleiding te volgen binnen een beperkte periode.

Werkgever Minimum aantal dagen extra opleiding Periode
Grote werkgevers 10 dagen Binnen een ononderbroken periode van 30 dagen
KMO’s 5 dagen Binnen een ononderbroken periode van 75 dagen
Bedrijven in stelsel van ploegen-en nachtarbeid 10 dagen Binnen een ononderbroken periode van 60 dagen

Voor de berekening van het minimum aantal dagen opleiding mag enkel rekening worden gehouden met opleidingen die niet verplicht gevolgd moeten worden op basis van een wettelijke of reglementaire bepaling.

Enkel werkgevers die extra inspanningen leveren komen aldus in aanmerking.

Indien de voorwaarden worden nageleefd, dient de werkgever 11,75 % van de normale belastbare bezoldigingen van de werknemer die de extra opleidingen heeft gevolgd, niet door te storten.

De vrijstelling wordt eenmalig toegepast, in de kalendermaand waarin de opleiding wordt beëindigd.

De bezoldigingen die in de berekeningsbasis zitten, worden slechts in aanmerking genomen tot een bedrag van 3.500 euro belastbaar per voltijdse werknemer. Dit bedrag zal in functie van de arbeidsregeling van de betrokken werknemer verminderd worden.

Voorbeeld

Een werknemer die reeds 5 jaar bij de werkgever voltijds is tewerkgesteld, volgt in juni 2021 een opleiding van 10 dagen die aan alle voorwaarden voldoet. De werkgever maakt aldus aanspraak op de nieuwe steunmaatregel en dient voor de werknemer een gedeelte van de bedrijfsvoorheffing niet door te storten.

De werknemer verdient maandelijks een bedrag van 2.500 euro. De verschuldigde bedrijfsvoorheffing bedraagt normaal gezien 600 euro.

De werkgever dient als gevolg van de steunmaatregel 11,75 % van de normale bezoldiging van de werknemer niet door te storten (in casu : 11,75% x 2.500 euro = 293,75 euro).

Dit wil zeggen dat de bedrijfsvoorheffing die de werkgever in de maand juni 2021 voor die werknemer dient door te storten verminderd wordt met 293,75 euro.

De werkgever zal dus nog slechts 306,25 euro (600 euro – 293,75 euro) dienen door te storten.

Een werkgever kan voor eenzelfde werknemer maximaal 10 opleidingsperiodes van de subsidie genieten.

Deze regeling is op 1 januari 2021 in werking getreden en geldt voor opleiding die vanaf die datum gevolgd worden.

Bron:

Artikel 275/12 WIB 92, ingevoerd door de Programmawet van 20 december 2020, BS 30 december 2020.