UBO-verplichting tot voegen van bewijsstukken: termijn van 31 augustus 2021 is verstreken, administratieve geldboetes kunnen opgelegd worden

In onze nieuwsblog van 13 november 2020 informeerden wij u over de nieuwe UBO-verplichting.

Sinds 11 oktober 2020 bent u namelijk verplicht om via het voorziene online platform elk document toe te voegen dat aantoont dat de informatie met betrekking tot een uiteindelijke begunstigde adequaat, nauwkeurig en actueel is.

Deze documenten kunnen bestaan uit een kopie van het aandelenregister, de statuten van de vennootschap, een notariële akte, een aandeelhoudersovereenkomst, notulen van de algemene vergadering, … .

Indien u als informatieplichtige vóór 11 oktober 2020 bent geregistreerd, dan diende u deze documenten initieel voor 30 april 2021 op te laden. Deze termijn werd eenmalig verlengd tot 31 augustus 2021.

Met de intrede van het nieuwe schooljaar is meteen ook de termijn om u in orde te brengen met deze verplichting, verstreken.

Indien u nog niet voldaan heeft aan deze verplichting, dan kan de FOD u vanaf nu een administratieve geldboete opleggen. Deze administratieve geldboetes kunnen oplopen van 250 tot 50.000,00 EUR.

Belangrijk om op te merken is dat het betalen van deze administratieve u niet zal ontslaan van uw UBO-verplichtingen. U dient aldus nog steeds uw UBO-verplichtingen in orde te brengen.

Registreert u zich vandaag als informatieplichtige, dan brengt u best alle UBO-verplichtingen onmiddellijk in orde.

Wenst u hierover meer informatie of wenst u hulp bij het in orde brengen van uw registratie in het UBO-register, aarzel dan niet om ons te contacteren!

Bron: https://financien.belgium.be/nl/E-services/Ubo-register

Hof van Cassatie spreekt zich uit over het verzet van de curator tegen de aan de bestuurders verleende kwijting

Met het arrest van 18 juni 2021 heeft het Hof van Cassatie zich uitgesproken over een cassatieberoep gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent van 3 december 2018.

De feiten

De feiten die aanleiding hebben gegeven tot dit geschil waren de volgende.

Op de algemene vergadering over het boekjaar 2013 werd conform artikel 554 van het Wetboek van Vennootschappen aan de bestuurders van de vennootschap S. kwijting verleend voor alle genomen beslissingen in dat boekjaar.

De algemene vergadering hoort het jaarverslag en het verslag van de commissarissen en behandelt de jaarrekening.

Na de goedkeuring van de jaarrekening, beslist de algemene vergadering bij afzonderlijke stemming over de aan de bestuurders en commissarissen te verlenen kwijting. Deze kwijting is alleen dan rechtsgeldig, wanneer de ware toestand van de vennootschap niet wordt verborgen door enige weglating of onjuiste opgave in de jaarrekening, en, wat de extrastatutaire of met dit wetboek strijdige verrichtingen betreft, wanneer deze bepaaldelijk zijn aangegeven in de oproeping.

In het boekjaar 2013 werden ondermeer alle uitgeverijen die de vennootschap bezat, verkocht. Aldus werd voor deze beslissing ook kwijting verleend aan de bestuurders.

Op 14 oktober 2014 werd het faillissement van de vennootschap geopend.

Na nazicht van de boeken is de aangestelde curator van mening dat de aansprakelijkheid van de bestuurders in het gedrang is bij de beslissing over de verkoop van de uitgeverijen.

De curator beroept zich hiervoor op het artikel 528, eerste lid van het Wetboek van Vennootschappen:

De bestuurders zijn, hetzij jegens de vennootschap, hetzij jegens derden, hoofdelijk aansprakelijk voor alle schade die het gevolg is van overtreding van de bepalingen van dit wetboek of van de statuten van de vennootschap.

(Wat overtredingen betreft waaraan zij geen deel hebben gehad, worden de bestuurders en de leden van het directiecomité slechts ontheven van de aansprakelijkheid bepaald in het eerste en het tweede lid indien hun geen schuld kan worden verweten en zij die overtredingen, naargelang van het geval, hebben aangeklaagd op de eerste algemene vergadering of op de eerstkomende zitting van de raad van bestuur nadat zij er kennis van hebben gekregen.)

De door de algemene vergadering verleende kwijting werkt aldus enkel ten aanzien van de vennootschap. Er wordt bijgevolg geen afbreuk gedaan aan het recht van derden om een vordering in bestuurdersaansprakelijkheid in te stellen.

Het arrest van het Hof van Beroep te Gent

Het arrest van het Hof van Beroep te Gent oordeelt dat wanneer de curator derden of bestuurders aanspreekt, hij geen vordering namens de individuele schuldeisers instelt. In dat geval gaat het volgens het Hof van Beroep namelijk over een vennootschapsvordering.

Bijgevolg is volgens het Hof van Beroep de rechtsgeldig verleende kwijting van de algemene vergadering dan ook tegenstelbaar aan de curator zowel wat betreft zijn vorderingen op grond van artikel 527 Wetboek van Vennootschappen, als op grond van artikel 528 Wetboek van Vennootschappen en artikel 1382 B.W.

Hierdoor worden zowel de aansprakelijkheid voor gewone bestuursfouten (artikel 527 W.Venn.), voor inbreuken op het Wetboek van Vennootschappen of de statuten (artikel 528 W.Venn.) als voor eventuele miskenning van de algemene zorgvuldigheidsnorm (artikel 1382 B.W.) volgens het Hof van Beroep gedekt door de rechtsgeldig verleende kwijting.

Het arrest van het Hof van Cassatie

Het Hof van Cassatie stelt echter dat de kwijting niet aan de curator kan worden tegengeworpen wanneer hij ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers een vordering in bestuurdersaansprakelijkheid instelt op grond van artikel 528 Wetboek van Vennootschappen.

Immers, wanneer de curator namens de boedel optreedt, oefent hij de gemeenschappelijke rechten van de schuldeisers uit.

Het Hof vernietigt dan ook het arrest van het Hof van Beroep te Gent in zoverre het de vordering van de curator, gesteund op artikel 528 Wetboek van Vennootschappen, en de daarop gesteunde vorderingen tot vergoeding afwijst.

Bron: Arrest van het Hof van Cassatie van 18 juni 2021 (nr. C.19.0255.N)

Verkeersovertreding met een wagen van de vennootschap. Identificeer tijdig de bestuurder!

Het komt vaak voor dat bestuurders/zaakvoerders van vennootschappen dienen te verschijnen voor de politierechtbank, zelfs indien zij zelf geen verkeersovertreding hebben begaan.

Zij dienen in dat geval te verschijnen omdat ze de identiteit van de bestuurder van de wagen, eigendom van de vennootschap, niet hebben meegedeeld.

Bestuurders van vennootschappen zijn immers verplicht binnen 15 dagen na ontvangst van de vraag om inlichtingen, de identiteit van de bestuurder van de bedrijfswagen waarmee de verkeersinbreuk werd begaan, mee te delen (cfr. art. 67ter Wegverkeerswet).

Artikel 67ter

“Wanneer een overtreding van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten is begaan met een motorvoertuig, ingeschreven op naam van een rechtspersoon, en de bestuurder bij de vaststelling van de overtreding niet geïdentificeerd werd, zijn de rechtspersoon of de natuurlijke persoon die de rechtspersoon in rechte vertegenwoordigt, ertoe gehouden de identiteit van de onmiskenbare bestuurder op het ogenblik van de feiten mee te delen of, indien zij die niet kennen, de identiteit van de persoon die verantwoordelijk is voor het voertuig, behalve wanneer zij diefstal, fraude of overmacht kunnen bewijzen.

De mededeling moet gebeuren binnen een termijn van vijftien dagen te rekenen vanaf de datum waarop de vraag om inlichtingen werd verstuurd. De Koning kan de formaliteiten bepalen die gevolgd dienen te worden bij de overmaking van de identiteit.

Indien de persoon die verantwoordelijk is voor het voertuig niet de bestuurder was op het ogenblik van de feiten moet hij eveneens, op de wijze hierboven vermeld, de identiteit van de onmiskenbare bestuurder meedelen.

De rechtspersoon of de natuurlijke persoon die de rechtspersoon in rechte vertegenwoordigt als houder van de kentekenplaat of als houder van het voertuig, zijn ertoe gehouden de nodige maatregelen te nemen om aan deze verplichting te voldoen.”

Let op, de identificatieverplichting die rust op bestuurders/zaakvoerders van ondernemingen, geldt ook wanneer de verkeersovertreding niet werd betwist en de boete tijdig werd betaald.

Als louter de identificatieverplichting niet wordt nageleefd, begaat de bestuurder/zaakvoerder immers steeds een misdrijf, waarvoor aanzienlijke geldboetes verschuldigd zijn:

    • Minimaal 1.600,00 EUR voor de bestuurder/zaakvoerder
    • Minimaal 4.000,00 EUR voor de vennootschap

Een lichte snelheidsovertreding of fout parkeren door een werknemer met een bedrijfswagen, kan dus leiden tot een zware veroordeling van de vennootschap of diens bestuurder/zaakvoerder als de identiteit van de bestuurder van de wagen niet op tijd wordt meegedeeld.

Hou als bestuurder/zaakvoerder van een vennootschap dus steeds nauwgezet bij wie welke wagen van de vennootschap wanneer bestuurt en vergeet zeker niet tijdig de identiteit van de bestuurder die op het ogenblik van de overtreding met de wagen reed, mee te delen aan het Parket.

Bij vragen over dit thema, kan u steeds bij ons terecht!

De schenking van een familiale vennootschap (bedrijfsactiva) samen met andere goederen: volledig vrijgesteld of niet?

Op basis van artikel 2.8.6.0.3 VCF kan men bedrijfsactiva van een familiale vennootschap schenken onder de vrijstelling van de schenkbelasting.

 Schenking familiale vennootschap

Een familiale vennootschap wordt omschreven als “een vennootschap die de uitoefening van een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit, of van een vrij beroep tot doel heeft en waarvan de schenker samen met zijn familie eigenaar is”.

Opdat sprake kan zijn van een familiale vennootschap zullen wel enkele voorwaarden moeten vervuld worden, met name de participatievoorwaarde en de activiteitsvoorwaarde.

Participatievoorwaarde:

      • De schenker moet aandelen in volle eigendom hebben die minstens 50% van de stemrechten in de vennootschap vertegenwoordigen.
      • of de schenker moet aandelen in volle eigendom hebben die minstens 30% van de stemrechten in de vennootschap vertegenwoordigen, op voorwaarde dat hij:
        • als hij samen met één andere aandeelhouder aandelen in volle eigendom heeft die 70% van de stemrechten in de vennootschap vertegenwoordigen.
        • als hij samen met de twee andere aandeelhouders samen aandelen in volle eigendom heeft die 90% van de stemrechten in de vennootschap vertegenwoordigen.

Activiteitsvoorwaarde:

De vennootschap moet een reële economische activiteit hebben. Dit wordt nagegaan op basis van het aandeel van de bezoldigingen, sociale lasten, pensioen, terreinen en gebouwen in de totale activa.

Zo zal een vennootschap worden beschouwd als zonder een reële economische activiteit indien tegelijkertijd:

    • de bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen (code 62 van de resultatenrekening) een percentage gelijk of lager dan 1,50% uitmaken van de totale activa (code 20/58 van de balans);
    • de terreinen en gebouwen (code 22 van de balans) meer dan 50% uitmaken van het totaal actief (code 20/58 van de balans)

Zijn bovenstaande voorwaarden vervuld op moment van de schenking, dan zullen de roerende en onroerende goederen verbonden aan de familiale vennootschap niet belast worden in de schenkbelasting.

Om te kunnen blijven genieten van dit voordeel zullen evenwel nog enkele voorwaarden vervuld moeten blijven gedurende een periode van drie jaar na de overdracht:

      • De activiteit dient ononderbroken behouden te blijven en er dient door de vennootschap elk boekjaar een jaarrekening te worden neergelegd.
      • De vennootschap mag geen vennootschap zonder reële economische activiteit worden.
      • Het kapitaal, of wanneer de familiale vennootschap een vennootschapsvorm heeft waarvoor het Belgische of buitenlandse recht dat de vennootschap beheerst, niet voorziet in het begrip kapitaal of een vergelijkbaar begrip: het eigen vermogen, mag niet dalen door uitkeringen of terugbetalingen. Mocht dit toch het geval zijn, zullen deze uitkeringen of terugbetalingen belast worden aan de normale tarieven.
      • De vennootschap dient haar maatschappelijke zetel binnen de EER te behouden.

Schenking familiale vennootschap en andere goederen

Stel dat u naast de schenking van de bedrijfsactiva van uw familiale vennootschap ook overgaat tot schenking van andere goederen bijvoorbeeld onroerende goederen die hoofdzakelijk tot bewoning worden aangewend of bestemd (huis, appartement, studio,…).

Deze onroerende goederen staan los van de familiale vennootschap waardoor de vrijstelling in de schenkbelasting niet zal worden toegepast op deze onroerende goederen.

Wanneer de schenking van de bedrijfsactiva van uw familiale vennootschap gekoppeld worden aan een secundaire schenking (bijvoorbeeld een som, rente of een pensioen) dan stelt VLABEL in haar standpunt nr. 20006 d.d. 26.04.2021 dat

“de last of ‘secundaire schenking’ ten voordele van een derde die de schenking aanvaardt zoals bedoeld in art. 2.8.3.0.1, §3 VCF en die gekoppeld is aan een rechtstreekse schenking van onroerende goederen, wordt voor de geheelheid onderworpen aan de tarieven van onroerende schenkingen zoals vermeld in art. 2.8.4.1.1, §1 VCF, ongeacht of de hoofdschenking van de onroerende goederen al dan niet (geheel of deels) is vrijgesteld van schenkbelasting.”

Ter verantwoording van dit standpunt stelt VLABEL namelijk dat in het laatste lid van artikel 2.8.3.0.1, § 3 VCF geen onderscheid wordt gemaakt tussen diverse soorten onroerende goederen. Bovendien wordt er volgens VLABEL in dit artikel evenmin verwezen naar de vrijstellingsbepalingen.

Indien u aldus wenst over te gaan tot de schenking van uw familiale vennootschap en eveneens andere goederen, zal u deze schenkingen apart moeten verrichten. Beide schenkingen zijn namelijk aan aparte tarieven onderworpen waarbij de schenking van de familiale vennootschap zal kunnen genieten van de vrijstellingsbepalingen en de andere schenking zal onderworpen zijn aan de normale tarieven in de schenkbelasting.

Wenst u hierover meer informatie of wenst u over te gaan tot een schenking, dan kan u ons hierover steeds contacteren.

Bron:

 

Kinderopvang nodig? De kosten zijn aftrekbaar voor uw vennootschap

Veel bestuurders hebben vandaag de dag, net als iedereen, opvang nodig voor hun kinderen. De prestaties van een nanny kan u onder bepaalde voorwaarden laten factureren aan uw vennootschap en aftrekken als kost.

De geldigheid hiervan werd onlangs nog bevestigd in een ruling (nr. 2020.1336 d.d. 30.06.2020) door de Dienst Voorafgaande Beslissingen.

De Dienst Voorafgaande Beslissingen legt evenwel een aantal voorwaarden op.

Zo is het ten eerste vereist dat de nanny effectief ingeschakeld wordt in het economisch belang van de vennootschap.

Dit vormt meestal geen probleem. Het feit dat een bestuurder gedwongen wordt om minder tijd in de vennootschap te investeren om voor de kinderen te zorgen, zal immers steeds tot een daling van de inkomsten van de vennootschap leiden.

De kost voor een nanny wordt daarom bijna steeds in het economisch belang van de vennootschap gemaakt, met name om inkomsten binnen de vennootschap te genereren of te behouden.

Een tweede vereiste die de Dienst Voorafgaande Beslissingen om die reden stelt is dat de nanny enkel mag tewerkgesteld worden op de normale werkdagen en normale werkuren van de vennootschap. Dit zal dus afhangen van de sector waarin de vennootschap operationeel is.

Het is echter niet uitgesloten dat de nanny toch buiten de normale werkuren wordt ingezet.
In dat geval dient de vennootschap hier schriftelijk van op de hoogte te worden gebracht door de bestuurder en dient dit verantwoord te worden op basis van de werkomstandigheden (bijvoorbeeld een afspraak met een klant die enkel kan plaatsvinden om 21u ’s avonds). Er zullen schriftelijke bewijsstukken door de bestuurder moeten worden overgemaakt aan de vennootschap.

Als de bestuurder geen verantwoording kan geven voor de momenten dat de nanny buiten de normale werkuren werd ingezet, dan is de kost van de nanny niet aftrekbaar, daar deze dan geen verband houdt met het belang van de vennootschap.

Voor de bestuurder vormt de nanny een belastbaar voordeel van alle aard. De Dienst Voorafgaande Beslissingen heeft bevestigd dat dit voordeel forfaitair mag begroot worden volgens het forfait voor dienstboden, huispersoneel, chauffeurs, …. Dit forfait bedraagt bij voltijdse arbeid 5.950 EUR per jaar per werkman/dienstmeisje en mag bij deeltijdse arbeid proportioneel verminderd worden.

Heeft u vragen over dit onderwerp of wenst u hierover meer informatie, aarzel dan niet ons te contacteren!

Bron:

 

 

 

 

 

Misbruik van vennootschapsgoederen. Ook in eenmansvennootschappen valt het vennootschapsbelang niet samen met het belang van de enige aandeelhouder.

Op 4 februari 2021 velde het Hof van Beroep te Luik een opmerkelijk arrest waarbij een arts werd vrijgesproken voor het misdrijf misbruik van vennootschapsgoederen (art. 492bis Sw.), hoewel hij zijn professionele vennootschap had leeggehaald via de rekening courant, terwijl die vennootschap aanzienlijke fiscale schulden had.

De arts werd door het Hof van Beroep vrijgesproken omdat er twijfel bestond over diens bedrieglijk opzet. Het Hof van Beroep stelde dat als de vennootschap met als enige aandeelhouder-bestuurder de arts zelf, wordt benadeeld, de aandeelhouder ook zichzelf benadeelt. De arts betaalde de vennootschapsschuld immers uiteindelijk uit eigen handen.

Dit arrest werd op 9 juni 2021 echter verbroken door het Hof van Cassatie.

Het Hof van Cassatie oordeelde als volgt:

“L’article 492bis du Code pénal, dont le moyen accuse la violation, sanctionne notamment le dirigeant d’une personne morale qui, frauduleusement, utilise les biens sociaux non dans l’intérêt de cette personne morale mais dans son propre intérêt.

L’intention frauduleuse caractérisant ce délit consiste à agir à des fins contraires à l’intérêt social, en étant conscient que l’usage fait des actifs de la personne morale infligera à celle-ci un préjudice significatif.

L’arrêt constate que le défendeur a manifestement géré la société de manière déplorable, et qu’il lui a causé un dommage, puisqu’en asséchant sa trésorerie, il a exposé la société à se voir taxée sur des revenus qu’elle n’avait pas, invitée à payer des intérêts et des majorations, frappée par des saisies-arrêts et des contraintes exécutées d’office.

De la circonstance qu’après coup, le gérant, producteur et bénéficiaire des rémunérations mises en société, s’est vu chargé de la dette d’impôt y afférente, il ne se déduit pas qu’une atteinte préjudiciable n’ait pas été portée au patrimoine distinct de la personne morale, ni que le défendeur ait pu en ignorer la réalité.”

 

Het Hof van Cassatie stelt aldus zeer scherp dat het vennootschapsbelang niet samenvalt met het eigen belang van de enige aandeelhouder.

Het vennootschapsbelang beschermt immers ook de schuldeisers van de vennootschap, waaronder bijvoorbeeld de fiscus.

Ook de enige aandeelhouder van een vennootschap kan zich dus schuldig maken aan het misdrijf ‘misbruik van vennootschapsgoederen’, zoals bepaald in artikel 492bis Sw.

Let als enige aandeelhouder-bestuurder dus op wanneer u gelden uit de vennootschap haalt, uw vennootschap vormt immers een eigen onderscheiden rechtspersoon.

Bron:

 

Inwerkingtreding mogelijkheid online oprichten vennootschappen en mandatendatabank

Met onze blogpost van 22 juni 2021 informeerden wij u over de aangekondigde vernieuwingen in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV) tot invoering van een mandatendatabank en de mogelijkheid om bepaalde vennootschappen volledig online op te richten zonder dat hiervoor een fysieke verschijning nodig is.

 

Online oprichting vennootschappen:

Er zal een online oprichtingsplatform (beheerd door Fednot) worden gecreëerd dat de online oprichting van vennootschappen dient te vereenvoudigen.

Een fysieke verschijning is aldus niet meer vereist, tenzij ingeval de partijen niet beschikken over de vereiste benodigdheden (zoals PC, webcam, eID, eIDviewer of eIDAS), of ingeval van een vermoeden van identiteitsfraude of indien dit noodzakelijk zou zijn om de handelingsbekwaamheid van een natuurlijke persoon of de vertegenwoordigingsbevoegdheid (ingeval van een rechtspersoon), te controleren.

Bovendien zullen ook verkorte termijnen voor de oprichting worden gevoerd.

Zo zal bij oprichting via het elektronisch platform de neerleggingstermijn herleid worden naar dertig dagen en dient de oprichting afgewikkeld te worden binnen de tien werkdagen vanaf het verlijden van de akte en de betaling van de bekendmakingskosten.

Indien de oprichting via het elektronisch platform plaatsvindt door een natuurlijk persoon met gebruik van het standaardmodel van de statuten, dan dient de oprichting afgewikkeld te worden binnen de vijf werkdagen vanaf het verlijden van de akte en de betaling van de bekenmakingskosten.

De ontwerpteksten van deze wet voorzagen aanvankelijk in een online oprichtingsformulier met standaardstatuten, dewelke de waarde zouden hebben van een authentieke oprichtingsakte, zonder notariële tussenkomst.

Echter werd door de Belgische overheid uiteindelijk beslist om de notariële tussenkomst toch te behouden bij de online oprichting. De notariële tussenkomst biedt immers een grote meerwaarde in vergelijking met een online oprichting aan de hand van een standaardformulier. De notaris voert een identiteits- en witwascontrole uit. Daarnaast wordt tevens het huwelijksvermogensstelsel van de oprichters onder de loep genomen. Het eigen dan wel gemeenschappelijk karakter van de aandelen en de eventuele noodzaak van een wederbeleggingsclausule worden besproken.

Het standaardmodel is beschikbaar op het platform. Dit model bevat de default-regels zoals deze voorzien zijn door de wetgever in het WVV. Het is echter belangrijk om met uw notaris na te gaan of deze default-regels voor uw vennootschap gepast zijn, dan wel of andere afwijkende clausules meer aangewezen zijn.

U zal aldus nog steeds – via de digitale weg –  langs de notaris moeten passeren voor de online oprichting van uw vennootschap.

Mandatendatabank:

Daarnaast zal een databank gecreëerd worden met de statutaire vertegenwoordigingsregels t.a.v. derden, betrekking hebbende op bestuurders, zaakvoerders, dagelijks bestuurders, vereffenaars, leden directieraad, … .

Deze bepalingen dienen opgenomen te worden in de databank bij de oprichting, de wijziging en/of opheffing van de vertegenwoordigingsbevoegdheid in de statuten.

De bepalingen die niet tegenstelbaar zijn aan derden zullen evenwel niet in deze databank opgenomen worden.

Deze databank zal een uitbreiding vormen van de reeds bestaande databank met statuten, beheerd door Fednot.

Voor de bestaande vennootschappen zal een overgangsregeling gelden waarbij de vertegenwoordigingsregeling dient ingevoerd te worden bij de eerstvolgende statutenwijziging, ongeachte of deze statutenwijziging betrekking heeft op de vertegenwoordigingsregels.

Inwerkingtreding:

De inwerkingtreding van deze nieuwe bepalingen wordt voorzien op 1 augustus 2021.

Bron: Wetsontwerp tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en van de wet van 16 maart 1803 op het notarisambt en houdende diverse bepalingen ingevolge de omzetting van Richtlijn (EU) 2019/1151 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2017/1132 met betrekking tot het gebruik van digitale instrumenten en processen in het kader van het vennootschapsrecht.

Aankoop onroerend goed in naam van een vennootschap in oprichting. Wat zijn de gevolgen bij een laattijdige overname van de verbintenis door de vennootschap?

In de aanloop van de oprichting van een vennootschap kan u stuiten op een interessant onroerend goed. U wenst dit onroerend goed aan te kopen namens uw vennootschap in oprichting.

Dit is mogelijk maar u dient erop te letten dat uw vennootschap binnen de twee jaar na de verbintenis (aankoop) effectief wordt opgericht (verkrijgen rechtspersoonlijkheid) en de vennootschap binnen de drie maanden na oprichting deze verbintenis overneemt.

Wat als evenwel de vennootschap deze verbintenis niet binnen de drie maanden na oprichting en dus laattijdig de verbintenis overneemt?

Volgens artikel 2.2 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen zal u in dat geval persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk zijn.

Artikel 2.2 WVV:

Tenzij anders is overeengekomen, zijn zij die in naam van een rechtspersoon in oprichting en vooraleer deze rechtspersoonlijkheid heeft verkregen, in enigerlei hoedanigheid een verbintenis hebben aangegaan, persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk, behalve wanneer binnen twee jaar na het ontstaan van de verbintenis rechtspersoonlijkheid werd verkregen en de rechtspersoon die verbintenis binnen drie maanden na voormelde verkrijging van de rechtspersoonlijkheid heeft overgenomen. Verbintenissen overgenomen door de rechtspersoon worden geacht door hem te zijn aangegaan vanaf het ontstaan van die verbintenissen.

Met het standpunt nr. 19030 van 12 april 2021 stelt VLABEL echter dat uit artikel 2.2 WVV geenszins kan worden afgeleid dat diegene die namens een vennootschap in oprichting is opgetreden, eigenaar wordt van het (door hem namens de vennootschap aangekocht) onroerend goed omdat de voorwaarde tot overname van de verbintenis laattijdig vervuld werd.

Bijgevolg kunnen volgens VLABEL geen registratierechten worden gevorderd op grond van een tweede overdracht (tussen de betrokkene en de vennootschap) van het goed.

Daarnaast stelt VLABEL dat de verplichtingen die zijn voorzien in artikel 2.9.4.2.4, §2 VCF om van de toepassing te kunnen genieten van het verlaagd tarief van het verkooprecht tot 4%, eveneens in naam van de vennootschap in oprichting kunnen worden vervuld.

Evenwel heeft de laattijdige overname van de verbintenis tot gevolg dat de overname niet meer bevrijdend werkt voor de promotor.

U blijft aldus als promotor persoonlijk en hoofdelijk gehouden tot uw verbintenissen. In dat geval krijgt de administratie er een bijkomende schuldenaar bij voor de voldoening van de verkooprechten.

Het is aldus zeer belangrijk dat u binnen de drie maanden na de oprichting van uw vennootschap uw verbintenissen laat overnemen door de vennootschap.

Bron: VLABEL Standpunt nr. 19030 d.d. 12.04.2021 (publicatie op 12.05.2021)

De Europese Klokkenluidersrichtlijn

De ‘Europese Klokkenluidersrichtlijn’ van 23 oktober 2019, dient tegen uiterlijk 17 december 2021 te worden omgezet naar het Belgisch recht. Dit zal voor heel wat ondernemingen belangrijke gevolgen met zich meebrengen.

Het doel van de richtlijn is om gemeenschappelijke minimumnormen vast te stellen voor de bescherming van melders van inbreuken op het Unierecht, bv. inbreuken inzake overheidsopdrachten, financiële diensten, productveiligheid, voedselveiligheid, milieubescherming, gegevensbescherming etc.

De vrees voor vergeldingsacties weerhoudt momenteel veel mensen om een inbreuk te melden, de richtlijn wil een kader creëren om dergelijke meldingen laagdrempeliger te maken.

De richtlijn dient nog omgezet te worden in de Belgische wetgeving, dus het is voorlopig nog afwachten hoe de Belgische wet er zal uitzien.

Wij lichten hieronder evenwel de belangrijkste punten van de richtlijn voor u toe:

    1. Werkgerelateerde context

De klokkenluider die beschermd wordt door de richtlijn, moet de informatie hebben verkregen in een werkgerelateerde context. Het toepassingsgebied wordt ruim geïnterpreteerd. Het gaat niet alleen om werknemers of ambtenaren, maar ook sollicitanten, leveranciers, voormalig werknemers, zelfstandigen, aandeelhouders, bestuurders, stagiairs, …

Een uitzondering bestaat evenwel voor advocaten, daar zij door een melding te doen hun beroepsgeheim zouden schenden.

    1. Interne meldingskanalen

Ondernemingen in zowel de private als publieke sector die minstens 50 werknemers te werk stellen, moeten verplicht in interne meldingskanalen voorzien. Deze kanalen moeten het mogelijk maken om de melding schriftelijk of mondeling te doen en dienen de vertrouwelijkheid van de identiteit van de werknemer te garanderen. Hoe het intern meldingskanaal er moet uitzien, wordt niet nader gespecifieerd. Het kan bijvoorbeeld een e-mailadres zijn, een softwareplatform, …

    1. Externe meldingskanalen

Daarnaast zullen de lidstaten ook een onafhankelijk extern meldingskanaal moeten opzetten. Er bestaat geen verplichting voor de melder om een inbreuk eerst via het intern meldingskanaal te melden, al dienen de lidstaten melders hiertoe wel aan te moedigen.

    1. Publieke openbaarmaking

De klokkenluider kan er in bepaalde gevallen voor kiezen om een inbreuk openbaar te maken. In dat geval zal hij bescherming genieten, op voorwaarde dat er een gegronde vrees bestaat voor represailles.

    1. Bescherming van melders

Als een klokkenluider een melding doet die binnen die binnen het toepassingsgebied van de richtlijn valt, geniet hij bescherming. Zo zal de werknemer niet kunnen geschorst of ontslagen worden, geen financiële sanctie of negatieve beoordeling kunnen krijgen etc.

De melder kan tevens geen schending van het bedrijfsgeheim of inbreuk op een geheimhoudingsovereenkomst verweten worden.

Zoals vermeld, dient te richtlijn te worden omgezet in een Belgische wet tegen uiterlijk 17 december 2021. België heeft voorlopig nog geen wetgevend initiatief genomen, doch ondernemingen doen er best aan om zich tijdig voor te bereiden.

Indien u hierover vragen heeft of wenst dat wij u hierin begeleiden, aarzel dan niet ons te contacteren.

Verlenging tijdelijke procedure voor ondernemingen in moeilijkheden tot 16 juli 2022

In maart 2021 werd een wetswijziging aan de gerechtelijke reorganisatie goedgekeurd waarbij een nieuwe mogelijkheid werd ingevoerd om een voorbereidend akkoord te bekomen voorafgaand de start van de procedure tot de gerechtelijke reorganisatie.

Zo kan een onderneming in moeilijkheden een verzoek (via Regsol) indienen bij de voorzitter van de Ondernemingsrechtbank teneinde een gerechtsmandataris aan te stellen.

Deze gerechtsmandataris zal als bemiddelaar optreden tussen de schuldenaar (de onderneming in moeilijkheden) en haar schuldeisers. Op deze manier zal getracht worden om een minnelijk akkoord of reorganisatieplan te bereiken tussen alle partijen.

Let wel, de neerlegging van dit verzoek zal de onderneming in moeilijkheden niet beschermen tegen haar schuldeisers zoals dit wel het geval is bij een verzoek tot gerechtelijke reorganisatie.

Evenwel kan de gerechtsmandataris de rechtbank verzoeken om, indien nodig, voorwaarden of termijnen op te leggen aan de onderneming tot het betalen van haar schulden.

In dat geval worden de mogelijkheden tot vervolging door de schuldeisers geschorst voor maximaal 4 maanden waardoor de onderneming in moeilijkheden toch van enige bescherming kan genieten.

Wordt tussen alle partijen een minnelijk akkoord of reorganisatieplan waarvan de goedkeuring voldoende aannemelijk lijkt, bereikt, dan zal de effectieve procedure van de gerechtelijke reorganisatie worden opgestart waardoor de onderneming zal genieten van de bescherming tegen haar schuldeisers.

Deze tijdelijke procedure werd ingevoerd met als doel de procedure van de gerechtelijke reorganisatie te vereenvoudigen.

Initieel golden deze bepalingen tot 30 juni 2021 maar op de ministerraad van 11 juni 2021 werd een ontwerp van koninklijk besluit goedgekeurd waarbij de tijdelijke maatregelen worden verlengd tot 16 juli 2022.

Bron: news.belgium “Verlenging van de tijdelijke maatregelen genomen ten voordele van ondernemingen in moeilijkheden” https://news.belgium.be/nl/verlenging-van-de-tijdelijke-maatregelen-genomen-ten-voordele-van-ondernemingen-moeilijkheden

Ontwerp van koninklijk besluit tot uitvoering van verlenging van artikelen 2, 4 tot 12 van de wet van 21 maart 2021 tot wijziging van Boek XX van het Wetboek van economisch recht en het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992