Binnenkort een nieuwe verplichting inzake de anti-witwaswetgeving.

Op 16 oktober 2017 is in navolging van de Europese richtlijn de Antiwitwaswet in werking getreden met als doel de financiering van terrorisme en het witwassen te bestrijden.

In kader van deze strijd werd door Europa eveneens aan de lidstaten de verplichting opgelegd om een Ultimate Beneficial Owner (UBO) in te stellen.

Recent werd door de Kamer van Volksvertegenwoordigers het wetsontwerp nr.1900/007 “houdende diverse financiële bepalingen inzake fraudebestrijding” gestemd en goedgekeurd, dit tot ongenoegen van onder meer het ITAA.

Het wetsontwerp zal namelijk wijzigingen aanbrengen aan de anti-witwaswet van 18 september 2017 waarbij de “onderworpen entiteiten” zoals de notarissen, advocaten, gerechtsdeurwaarders en voornamelijk de cijferberoepers zoals accountants, een melding moeten maken van elke incoherentie die zij vaststellen tussen de informatie over de uiteindelijke begunstigden in het UBO-register en de informatie over uiteindelijke begunstigden waarover zij beschikken.

In de anti-witwaswet zal namelijk een artikel 74/1 worden ingevoerd, luidend als volgt:

“Art. 74/1. § 1. De onderworpen entiteiten maken langs elektronische weg aan de Administratie van de Thesaurie melding van ieder verschil dat zij vaststellen tussen de informatie over uiteindelijke begunstigden in het UBO-register en de informatie over uiteindelijke begunstigden waarover zij beschikken.

In afwijking van het eerste lid moeten de advocaten die bij de uitoefening van de activiteiten opgesomd in artikel 5, § 1, 28°, worden geconfronteerd met een verschil bedoeld in hetzelfde lid, de Stafhouder van de Orde waartoe zij behoren daarvan onmiddellijk op de hoogte brengen.

De nieuwe meldingsplicht dient te gebeuren aan de FOD Financiën en zal bestaan naast de reeds geldende meldingsplicht aan de Cel voor Financiële informatieverwerking.

Momenteel dient de tekst nog bekrachtigd te worden door de Koning waarna deze zal gepubliceerd worden in het Belgisch Staatsblad.

De Stafhouder controleert of de voorwaarden bedoeld in het vierde lid en artikel 5, § 1, 28°, zijn nageleefd. In voorkomend geval geeft hij de informatie en inlichtingen in overeenstemming met het eerste lid, onmiddellijk en ongefilterd, op elektronische wijze door aan de Administratie van de Thesaurie. In afwijking van het eerste lid, delen de onderworpen entiteiten bedoeld in artikel 5, § 1, 23° tot en met 28°, het vastgesteld verschil bedoeld in hetzelfde lid niet mee, wanneer de informatie en inlichtingen van één van hun cliënten ontvangen werd of over één van hun cliënten verkregen werd tijdens de bepaling van de rechtspositie van deze cliënt, of in de uitoefening van hun opdracht die cliënt in of in verband met een rechtsgeding te verdedigen of te vertegenwoordigen, met inbegrip van advies over het instellen of vermijden van een rechtsgeding, ongeacht of dergelijke informatie of inlichtingen vóór, gedurende of na een dergelijk geding wordt ontvangen of verkregen, tenzij de bedoelde onderworpen entiteiten zelf hebben deelgenomen aan de witwasactiviteiten of de activiteiten voor financiering van terrorisme, zij juridisch advies voor witwasdoeleinden of voor financiering van terrorisme hebben verstrekt, of zij weten dat hun cliënt juridisch advies wenst voor dergelijke doeleinden. De meldingsplicht bedoeld in het eerste lid is, indien nodig en voor zover deze vereiste hun taken niet onnodig doorkruist, van toepassing op de bevoegde autoriteiten behalve de CFI.

§2. Wanneer er verschillen worden gemeld, of op eigen initiatief, neemt de Administratie van de Thesaurie passende maatregelen om de informatie over uiteindelijke begunstigden in het UBO-register te bevestigen, te verbeteren, te verduidelijken, te vervolledigen of te wijzigen. Ze kan met name de betrokken informatieplichtige bedoeld in artikel 74, § 1, eerste lid, in kennis stellen van de gronden van de melding bedoeld in paragraaf 1 en vragen om de desbetreffende informatie over uiteindelijke begunstigden in het UBO-register binnen een termijn van een maand na de ontvangst van deze kennisgeving te bevestigen, te verbeteren, te verduidelijken, te vervolledigen of te wijzigen. De identiteit van de onderworpen entiteit of de bevoegde autoriteit die de melding heeft gemaakt, wordt in geen geval meegedeeld aan de betrokken informatieplichtige. Wanneer de Administratie van de Thesaurie een mededeling doet aan een derde, de Procureur des Konings of de federale procureur inbegrepen, dan zal de identiteit van de onderworpen entiteit of de bevoegde autoriteit die de melding van een verschil als bedoeld in paragraaf 1 heeft gemaakt in geen geval meegedeeld worden.

De Administratie van de Thesaurie vermeldt in het UBO-register dat een melding bedoeld in paragraaf 1 werd gemaakt zonder te preciseren welke onderworpen entiteit of bevoegde autoriteit eraan ten grondslag ligt. Deze vermelding is alleen zichtbaar voor de bevoegde autoriteiten en wordt verwijderd zodra de informatie over uiteindelijke begunstigden in het UBO-register is bevestigd, verbeterd, verduidelijkt, vervolledigd of gewijzigd overeenkomstig het eerste lid.”.

De nieuwe meldingsplicht dient te gebeuren aan de FOD Financiën en zal bestaan naast de reeds geldende meldingsplicht aan de Cel voor Financiële informatieverwerking.

Momenteel dient de tekst nog bekrachtigd te worden door de Koning waarna deze zal gepubliceerd worden in het Belgisch Staatsblad.

Bron: wetsontwerp “houdende diverse financiële bepalingen inzake fraudebestrijding” (Parl. St. nr. 55-1900/007) https://www.dekamer.be/FLWB/PDF/55/1900/55K1900007.pdf