Aankoop onroerend goed in naam van een vennootschap in oprichting. Wat zijn de gevolgen bij een laattijdige overname van de verbintenis door de vennootschap?

In de aanloop van de oprichting van een vennootschap kan u stuiten op een interessant onroerend goed. U wenst dit onroerend goed aan te kopen namens uw vennootschap in oprichting.

Dit is mogelijk maar u dient erop te letten dat uw vennootschap binnen de twee jaar na de verbintenis (aankoop) effectief wordt opgericht (verkrijgen rechtspersoonlijkheid) en de vennootschap binnen de drie maanden na oprichting deze verbintenis overneemt.

Wat als evenwel de vennootschap deze verbintenis niet binnen de drie maanden na oprichting en dus laattijdig de verbintenis overneemt?

Volgens artikel 2.2 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen zal u in dat geval persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk zijn.

Artikel 2.2 WVV:

Tenzij anders is overeengekomen, zijn zij die in naam van een rechtspersoon in oprichting en vooraleer deze rechtspersoonlijkheid heeft verkregen, in enigerlei hoedanigheid een verbintenis hebben aangegaan, persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk, behalve wanneer binnen twee jaar na het ontstaan van de verbintenis rechtspersoonlijkheid werd verkregen en de rechtspersoon die verbintenis binnen drie maanden na voormelde verkrijging van de rechtspersoonlijkheid heeft overgenomen. Verbintenissen overgenomen door de rechtspersoon worden geacht door hem te zijn aangegaan vanaf het ontstaan van die verbintenissen.

Met het standpunt nr. 19030 van 12 april 2021 stelt VLABEL echter dat uit artikel 2.2 WVV geenszins kan worden afgeleid dat diegene die namens een vennootschap in oprichting is opgetreden, eigenaar wordt van het (door hem namens de vennootschap aangekocht) onroerend goed omdat de voorwaarde tot overname van de verbintenis laattijdig vervuld werd.

Bijgevolg kunnen volgens VLABEL geen registratierechten worden gevorderd op grond van een tweede overdracht (tussen de betrokkene en de vennootschap) van het goed.

Daarnaast stelt VLABEL dat de verplichtingen die zijn voorzien in artikel 2.9.4.2.4, §2 VCF om van de toepassing te kunnen genieten van het verlaagd tarief van het verkooprecht tot 4%, eveneens in naam van de vennootschap in oprichting kunnen worden vervuld.

Evenwel heeft de laattijdige overname van de verbintenis tot gevolg dat de overname niet meer bevrijdend werkt voor de promotor.

U blijft aldus als promotor persoonlijk en hoofdelijk gehouden tot uw verbintenissen. In dat geval krijgt de administratie er een bijkomende schuldenaar bij voor de voldoening van de verkooprechten.

Het is aldus zeer belangrijk dat u binnen de drie maanden na de oprichting van uw vennootschap uw verbintenissen laat overnemen door de vennootschap.

Bron: VLABEL Standpunt nr. 19030 d.d. 12.04.2021 (publicatie op 12.05.2021)