Wat met de meerwaarden van de vennootschapsaandelen van de gemeenschappelijke handelszaak na echtscheiding?

In een arrest van 20 juni 2019 sprak het Hof van Beroep te Gent zich uit over aanzienlijke meerwaarden van vennootschapsaandelen, verwezenlijkt tussen de datum van ontbinding van het huwelijksstelsel en de het ogenblik van verdeling.

De vennootschapsaandelen van de handelszaak behoorden aanvankelijk tot het gemeenschappelijk vermogen dat bestond  tussen beide echtgenoten.

De beroepsrechter stelde in deze zaak vast dat:

      • de eiser en de verweerster hun professionele activiteiten en inkomsten na de refertedatum en meer precies de datum van ontbinding van het huwelijksvermogensstelsel strikt gescheiden hebben gehouden in die zin dat de eiser zich exclusief heeft ingelaten met Desma Cleaning nv en Desma Industry nv en de verweerster met het Argenta-kantoor;
      • zowel de vennootschapsaandelen van Desma Cleaning nv en Desma Industry nv als het Argenta-kantoor behoorden tot het gemeenschappelijk vermogen van de echtgenoten en na de refertedatum een aanzienlijke meerwaarde hebben verkregen;
      • de meerwaarde van de vennootschapsaandelen van Desma Cleaning nv en Desma Industry nv is verkregen door persoonlijk professioneel toedoen van de eiser terwijl de meerwaarde van het Argenta-kantoor is verkregen door persoonlijk professioneel toedoen van de verweerster;
      • noch de eiser noch de verweerster aanspraak maken op enige verrekening omwille van beroepsactiviteiten en -inkomsten in het kader van de beheersrekening met betrekking tot de post-communautaire onverdeeldheid.

 

Het Hof van Cassatie sprak zich hierover op 21 september 2020 uit naar aanleiding van een cassatieberoep en oordeelde als volgt:

Krachtens artikel 1427 Burgerlijk Wetboek wordt het wettelijk stelsel ontbonden door het overlijden van een van de echtgenoten, de echtscheiding of de scheiding van tafel en bed, de gerechtelijke scheiding van goederen of de overgang naar een ander huwelijksvermogensstelsel.

Krachtens artikel 1278, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek werkt het vonnis of arrest waarbij de echtscheiding wordt uitgesproken, ten aanzien van de echtgenoten, wat hun goederen betreft, terug tot op de dag waarop de vordering is ingesteld en, wanneer er meer dan één vordering is, tot op de dag waarop de eerste is ingesteld, ongeacht of zij werd toegewezen of niet.

Door de ontbinding van een huwelijksvermogensstelsel met een gemeenschap van goederen, ontstaat tussen de gewezen echtgenoten een onverdeeldheid, die in de regel beheerst wordt door het gemeen recht.

De in artikel 1278, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek bedoelde retroactiviteit betreft de samenstelling van het huwelijksvermogen.

Krachtens artikel 577, § 2 en § 8, Burgerlijk Wetboek worden de onverdeelde aandelen vermoed gelijk te zijn en is de verdeling van het gemeenschappelijke vermogen onderworpen aan de regels die bepaald zijn in de titel Erfenissen van dit wetboek.

Krachtens artikel 890 Burgerlijk Wetboek worden, om te beoordelen of er benadeling is geweest, de onverdeelde goederen geschat op hun waarde ten tijde van de verdeling.

Hieruit volgt dat, bij de verdeling, de waarde van de goederen die aanvankelijk behoorden tot het gemeenschappelijk vermogen van de echtgenoten en op het ogenblik van de verdeling, ingevolge de ontbinding van het huwelijksvermogensstelsel, afhangen van de tussen hen ontstane post-communautaire onverdeeldheid, in de regel moet worden bepaald op het ogenblik van de verdeling.

Ingeval een post-communautair onverdeelde handelszaak of vennootschapsaandelen tussen de datum van ontbinding van het huwelijksvermogensstelsel en het ogenblik van de verdeling in waarde vermeerderen of verminderen door persoonlijk professioneel toedoen van een echtgenoot, kan de meer- of minderwaarde voor rekening van die echtgenoot blijven als compensatie voor een verrekening in het kader van de beheersrekening met betrekking tot de post-communautaire onverdeeldheid.

 

Aangezien de beroepsrechter oordeelde dat in de gegevens specifieke omstandigheden, de meerwaarde die de vennootschapsaandelen na de refertedatum hebben verkregen, respectievelijk voor rekening van de eiser en de verweerden worden gelaten, zodat met de meerwaarden geen rekening moet gehouden worden bij de verdeling, volgens het Hof van Cassatie de beslissing van de beroepsrechter naar recht is verantwoord.

Vermits aldus de meerwaarden werden gerealiseerd door professioneel toedoen van elk van de ex-echtgenoten, dient er geen verrekening in het kader van de beheersrekening met betrekking tot de post-communautaire onverdeeldheid, plaats te vinden.

 

Bron: Arrest Hof van Cassatie van 21 september 2020 (https://juportal-acc.just.fgov.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200921.3N.5_NL.pdf)