Wanneer een klant zijn facturen niet betaalt, kan dat voor ondernemers een ernstige financiële hinderpaal betekenen. In dergelijke situaties biedt het Belgische recht de mogelijkheid om beslag onder derden te leggen. Dit houdt in dat u zich als schuldeiser niet rechtstreeks richt tot uw wanbetalende klant, maar wel tot een derde die nog schulden heeft aan die klant, bijvoorbeeld diens eigen klanten of bank. Het doel is om via deze omweg alsnog betaling te verkrijgen.
Dit beslag kan bewarend of uitvoerend zijn. In het eerste geval is er nog geen vonnis tegen de schuldenaar, maar moet u wel aantonen dat uw vordering voldoende vaststaat én dat er risico is op financiële problemen bij de schuldenaar. Heeft u wél een vonnis, dan kan u overgaan tot uitvoerend beslag. In beide gevallen is het een gerechtsdeurwaarder die het beslag uitvoert, doorgaans op basis van documenten zoals facturen en ingebrekestellingen, zonder dat daarvoor altijd een machtiging van de rechter nodig is.
Ook omgekeerd kan u geconfronteerd worden met beslag onder derden. Stel: een leverancier van u heeft schulden bij een andere partij en die partij wil via u beslag leggen op de bedragen die u nog aan die leverancier moet betalen. In dat geval bent u verplicht om een verklaring van derde-beslagene te doen. Die moet binnen 15 dagen na de betekening van het beslag aangetekend naar de gerechtsdeurwaarder gestuurd worden. In deze verklaring geeft u aan of u al dan niet bedragen verschuldigd bent aan de leverancier in kwestie. Zelfs als u niets meer verschuldigd bent, moet u dat formeel verklaren. Doet u dat niet tijdig of onvolledig, dan riskeert u zelf financieel aansprakelijk te worden voor de schulden van uw leverancier. Bovendien moet u, zolang het beslag loopt, de betreffende sommen bijhouden of, in geval van uitvoerend beslag, zelfs doorstorten aan de gerechtsdeurwaarder. Deze verplichting geldt zelfs wanneer het bedrag waarvoor beslag gelegd werd lager is dan het bedrag dat u aan uw leverancier verschuldigd bent.
In dergelijke situaties is het ten zeerste aan te raden om juridisch advies in te winnen. Niet alleen om uw eigen aansprakelijkheid te vermijden, maar ook om na te gaan wat uw rechten en plichten precies zijn.
BRON: Artikelen 1445-1460 en 1539-1544 van het Gerechtelijk Wetboek
