Vlabel verduidelijkt standpunt over de schuldvorderingen in een globale erfovereenkomst

De globale erfovereenkomst, de ideale techniek voor uw gemoedsrust.

Met de nieuwe erfwet van 31 juli 2017 (inwerkingtreding 1 september 2018) is het voor ouders mogelijk geworden om met al hun kinderen (en eventueel kleinkinderen en stiefkinderen) een overeenkomst te sluiten waarin bepaalde afspraken worden gemaakt over de verdeling van hun nalatenschap.

Door het sluiten van een globale erfovereenkomst wordt getracht een subjectief evenwicht te brengen tussen de vermoedelijke erfgenamen in neerdalende lijn en worden op voorhand latere discussies tussen de erfgenamen bij het overlijden van de ouders vermeden.

Eén van deze afspraken betreft de zuivere toekenning van een schuldvordering.

“Artikel 11007/, §1, derde lid BW: De overeenkomst kan eveneens één of meerdere vermoedelijke erfgenamen in rechte nederdalende lijn toebedelen door middel van een schuldvordering ten laste van de uitdrukkelijk in de overeenkomst aangeduide partijen.”

Stel dat u een aantal jaren geleden een schenking heeft gedaan aan uw dochter van 10.000,00 euro. Uw zoon heeft deze schenking niet gekregen. Hierdoor is er sprake van een onevenwicht tussen uw dochter en uw zoon. In dit geval kan in de globale erfovereenkomst worden opgenomen dat uw dochter aanvaardt om een bedrag van 5.000,00 euro te storten aan haar broer. Op deze wijze hebben elk van de kinderen een bedrag van 5.000,00 euro gekregen en is het evenwicht hersteld.

Op het eerste zicht lijkt dit een heel mooie oplossing, maar Vlabel dacht hier anders over.

De standpunten van 25 maart 2019 en 14 april 2020

In haar oorspronkelijk standpunt van 25 maart 2019 (nr. 19006) beschouwde Vlabel deze schuldvordering als een onrechtstreekse schenking van de ouder(s) naar het kind dat de schuldvordering krijgt. Bijgevolg was naargelang het geval op de schuldvordering een schenk- dan wel erfbelasting verschuldigd volgens de tarieven in rechte lijn.

Dit standpunt bracht veel kritiek teweeg in de juridische wereld.

Met haar standpunt nr. 19006 van 14 april 2020 sloeg Vlabel het roer om en werd een nieuwe versie van het standpunt uitgevaardigd.

Volgens de nieuwe versie van 14 april 2020 wordt de schuldvordering die in een globale erfovereenkomst werd opgenomen ter compensatie van een eerdere schenking aan een kind, als “fiscaal neutraal” aanzien. Er wordt hierbij uitdrukkelijk vermeld dat de schuldvordering niet gekwalificeerd wordt als een onrechtstreekse schenking van de ouder aan de kinderen en evenmin om een schenking tussen de kinderen. Bijgevolg zal geen schenk- of erfbelasting zijn verschuldigd.

Belangrijke kantmelding, Vlabel voegt hier echter een uitzondering aan toe.

Er zal wél schenkbelasting verschuldigd zijn ingeval dat de ouder in de globale erfovereenkomst een nieuwe schenking doet aan een kind en dat kind de last oplegt om een schuldvordering toe te kennen aan een ander kind.

Onduidelijkheid over de inwerkingtreding

Hoewel met het standpunt van 14 april 2020 door Vlabel werd getracht meer duidelijkheid te scheppen, bleven er vragen bestaan omtrent de inwerkingtreding ervan.

Het nieuwe standpunt is enkel van toepassing voor schuldvorderingen toegekend in globale erfovereenkomsten die werden verleden vanaf 28 april 2020.

Voor schuldvorderingen toegekend in globale erfovereenkomsten gesloten tussen 25 maart 2019 en 27 april 2020 zal het oude standpunt van toepassing blijven.

Standpunt nr. 19006 van 11 mei 2020

Met het laatste standpunt vult Vlabel de inwerkingtreding van haar vorig standpunt als volgt aan:

Voor erfovereenkomsten verleden vanaf de datum van de publicatie van het standpunt, behalve wanneer het oud standpunt voordeliger zou zijn, en dit voor erfovereenkomsten verleden tot 1 juli 2020.

Hierdoor zal het mogelijk zijn om het oorspronkelijke standpunt toe te passen op schuldvorderingen opgenomen in erfovereenkomsten die werden gesloten in de periode van 28 april 2020 tot en met 30 juni 2020, indien de toepassing van het oorspronkelijke standpunt voordeliger zou zijn.

Vanaf 1 juli 2020 geldt uitsluitend het gewijzigde standpunt.

Daarnaast formuleert Vlabel drie aanvullingen voor globale erfovereenkomsten verleden vóór 1 juli 2020:

Voor erfovereenkomsten verleden vóór 1 juli 2020 geldt bovendien het volgende:

      • De begunstigde van de betaalde schuldvordering, die schenkbelasting betaald heeft in toepassing van het vroegere standpunt,  kan bezwaar indienen, hetzij ambtshalve ontheffing vragen.
      • De schuldenaar-betaler van de schuldvordering, kan deze nog als secundaire last in mindering brengen van zijn vroeger verkregen schenking, en ambtshalve ontheffing vragen  (tenzij de schuldvordering niet meer belast wordt met schenk- of erfbelasting, of tenzij er teruggave werd toegestaan van schenk- of erfbelasting aan de begunstigde van de schuldvordering)
      • Indien een schuldvordering werd opgenomen die betaalbaar werd gesteld bij het overlijden van de toekomstige erflater, zal deze schuldvordering geen aanleiding geven tot het heffen van erfbelasting (geen toepassing van art. 2.7.1.0.3, 3° VCF) aangezien de toekenning van een schuldvordering niet als een roerende schenking wordt beschouwd.

Wenst u hierover meer informatie of bent u geïnteresseerd in het opmaken van een erfovereenkomst, dan kan u steeds terecht bij Eska-Law advocaten

(bron: https://belastingen.vlaanderen.be/sp-19006-toekenning-van-schuldvorderingen-in-een-erfovereenkomst-%E2%80%93-fiscale-kwalificatie)

Contacteer ons