Verhoogde strafrechtelijke geldboetes in de Vlaamse Codex Fiscaliteit

Het decreet van 2 april 2021 houdende diverse technische wijzigingen van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013 en gerelateerde bepalingen, dat gepubliceerd werd op 15 april 2021, voert een aantal belangrijke wijzigingen door in de Vlaamse Codex Fiscaliteit (‘VCF’).

Een van deze wijzigingen betreft een aanzienlijke verhoging van de strafrechtelijke geldboeten.

De wettelijke voorziene maximale geldboete werd aangepast aan de geldboetes die gelden in de andere gewesten, hetgeen inhoudt dat alle maximale boetes van 12.500,00 tot 125.000,00 euro worden opgetrokken tot 500.000,00 euro.

Artikel 3.15.3.0.1 VCF bepaalt vandaag aldus dat een persoon die met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden de bepalingen van de VCF overtreedt, wordt gestraft met een geldboete van minimaal 250,00 euro en maximaal 500.000,00 euro. Voorheen bedroeg de maximale geldboete slechts 125.000,00 euro.

Ook voor andere misdrijven in de VCF zoals fiscale valsheid in geschrifte, het afleggen van een valse getuigenis, het verleiden van getuigen, deskundigen of tolken werd de maximale geldboete opgetrokken tot 500.000,00 euro.

Van belang hierbij is dat het voormelde decreet de opdeciemenregeling die van toepassing op strafrechtelijke geldboeten, uitdrukkelijk ook van toepassing maakt op hogervermelde misdrijven in de VCF (voordien was dit niet het geval). In de praktijk kunnen de geldboetes hierdoor oplopen tot ver boven de 500.000,00 euro. In het Belgische strafrecht worden opdeciemen immers gebruikt om de bedragen van de wettelijke geldboetes, aan te passen aan de muntontwaarding. Het bedrag van de boete moet worden vermenigvuldigd met een factor, die op dit ogenblik 8 bedraagt. De maximale geldboete van 500.000,00 euro bedraagt in werkelijkheid aldus 4.000.000,00 euro.

De verhoging van de geldboetes is er voornamelijk gekomen zodat het Openbaar Ministerie in het kader van een minnelijke schikking, een hoger bedrag kan voorstellen aan de (frauduleuze) belastingplichtige.

Het Openbaar Ministerie kan via een minnelijke schikking immers aan een persoon die verdacht wordt van fiscale fraude, voorstellen om een geldsom te betalen in ruil voor het verval van de strafvordering. Het bedrag van de voorgestelde geldsom kan niet hoger zijn dan de hogervermelde maximale geldboetes, vermeerderd met opdeciemen.

Een minnelijke schikking is evenwel slechts mogelijk na betaling van de verschuldigde belastingen en intresten aan de Vlaamse Belastingdienst.

Verwacht wordt dat deze minnelijke schikkingen sterk aan belang zullen winnen aangezien de Vlaamse fiscale regularisatie op 31 december 2020 eindigde.

De verhoging van de geldboetes trad in werking op 25 april 2021 en geldt enkel voor misdrijven gepleegd vanaf dan. In het strafrecht bestaat er immers een streng verbod op de retroactieve toepassing van een zwaardere straf.

Bron:

  • Decreet van 2 april 2021 houdende diverse technische wijzingen van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2012 en gerelateerde bepalingen, BS 15 april 2021.
  • Ontwerp van decreet van 4 maart 2021 houdende diverse technische wijzigingen van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013 en gerelateerde bepalingen, https://docs.vlaamsparlement.be/pfile?id=1675356.