Onlangs diende het Vredegerecht Deinze zich uit te spreken over een opmerkelijk geschil waarbij een huurder de huurovereenkomst had opgezegd nog vóór de voorziene aanvangsdatum van de huur, waarbij zij tevens meedeelde geen intrek te zullen nemen in de woning.
De verhuurder ging vervolgens alsnog over tot de registratie van de huurovereenkomst en vorderde daarna een verbrekingsvergoeding van drie maanden huur, met verwijzing naar Artikel 20 Vlaams Woninghuurdecreet.
Artikel 20 §1 van het Vlaams Woninghuurdecreet bepaalt als de huurovereenkomst door de opzegging van de huurder een einde neemt tijdens de eerste driejarige periode, de verhuurder recht heeft op een vergoeding. Die vergoeding is gelijk aan drie maanden, twee maanden of één maand huur naargelang de huurovereenkomst een einde neemt gedurende respectievelijk het eerste, het tweede of het derde jaar.
Tevens bepaalt dit artikel dat indien de huurovereenkomst niet geregistreerd is binnen twee maanden na de ondertekening, de vergoeding niet verschuldigd is.
De rechtbank oordeelde dat de verhuurder, door nog snel tot registratie over te gaan, niet alleen een inbreuk heeft gepleegd op haar schadebeperkingsplicht zoals voorzien in artikel 5.238 BW, maar ook dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan rechtsmisbruik, zoals voorzien in artikel 1.10 BW:
“Niemand mag misbruik maken van zijn recht.
Wie zijn recht uitoefent op een wijze die kennelijk de grenzen te buiten gaat van de normale uitoefening van dat recht door een voorzichtig en redelijk persoon in dezelfde omstandigheden geplaatst, maakt misbruik van zijn recht.”
Het misbruik van recht wordt in dergelijke gevallen gesanctioneerd door de matiging van het betrokken recht tot een normale uitoefening ervan, onverminderd het eventuele herstel van de schade die door het misbruik werd veroorzaakt.
De rechtbank besloot dan ook finaal dat de gevorderde verbrekingsvergoeding diende te worden gematigd en herleidde deze van drie maanden huur tot één maand huur.
Indien u vragen heeft over dit topic, aarzel dan zeker niet om ons te contacteren.
Bron: Vredegerecht Deinze, 10 februari 2026, AR nr. 25A429, onuitgegeven
