Nieuw financieringsinstrument: het vriendenaandeel

In 2006 voerde de Vlaamse regering de Winwinlening in. De filosofie hierachter was ondernemers de kans geven om op een eenvoudige en goedkope manier startkapitaal te vinden. Als particulier vriend of familielid kan u immers via het instrument van de Winwinlening een achtergestelde lening verstrekken aan een KMO, waarvoor u in ruil een belastingkrediet krijgt van 2,5 % op het openstaande kapitaal.

Aangezien ondernemingen vandaag hard getroffen worden door de coronacrisis, voerde de regering recent een nieuw gelijkaardig financieringsinstrument in, met name het ‘Vriendenaandeel’.

Net zoals bij een Winwinlening kan een particulier via het Vriendenaandeel tot maximaal 75.000 EUR investeren in een Vlaamse startende onderneming.

Een startende onderneming kan zich op deze manier tot maximaal 300.000 EUR aan kapitaal verschaffen. Let wel, het bedrag van 300.000 EUR betreft de maximale financiering via het Vriendenaandeel én de Winwinlening samen.

De investerende particulier krijgt daarvoor in ruil een jaarlijks fiscaal voordeel van 2,5 % en dit gedurende vijf jaar.

Ter bescherming van de potentiële intekenaar op een kapitaalverhoging of -inbreng, zal er conform het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen steeds een verslag dienen te worden opgesteld over de uitgifteprijs van de aandelen. Het verslag moet bovendien goedgekeurd worden door een bedrijfsrevisor of extern accountant.

Voor de onderneming gelden er nog bijkomende voorwaarden. Zo mag de onderneming:

      • in de 2 voorafgaandelijke jaren en tijdens deze periode geen kapitaalvermindering doorvoeren;
      • enkel dividenden uitkeren voor zover er uitkeerbare winst beschikbaar is.

Aangezien het Vriendenaandeel nauw aansluit bij de regeling van de Winwinlening werd de regeling geïntegreerd in het Winwinleningbesluit. Aan het Winwinleningbesluit wordt een ‘Hoofdstuk VII. Het Vriendenaandeel’ toegevoegd.

De voorwaarden en procedure voor de registratie van de uitgifteovereenkomst vriendenaandeel werden ingeschreven in de nieuwe artikels 14/1 – 14/4 Winwinleningbesluit.

Art. 14/1.

§1. De emittent en de Vriendenaandeelhouder komen in aanmerking voor het belastingkrediet, vermeld in artikel 8/1 van het decreet van 19 mei 2006, als al de volgende voorwaarden zijn vervuld:

1° de emittent en de Vriendenaandeelhouder bewijzen dat ze voldoen aan alle voorwaarden en voorschriften van het voormelde decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan;

2° de uitgifteovereenkomst Vriendenaandeel is vastgesteld in een onderhandse akte conform paragraaf 2 tot en met 4 en is door beide partijen ondertekend binnen een periode van drie maanden na de kapitaalinbreng.

Enkel indien de voornoemde voorwaarden cumulatief vervuld zijn, wordt de akte geregistreerd.

De nieuwe artikels 14/5 – 14/8 handelen vervolgens over de inrichting van het Vriendenaandelenregister.

Het Vriendenaandelenregister bevat alle geregistreerde uitgifteovereenkomsten Vriendenaandeel en wordt beheerd door de nv PMV/z-Waarborgen.

De registratie wordt geschrapt in de volgende gevallen:

      1. de Vriendenaandeelhouder draagt de Vriendenaandelen over;
      2. de vennootschap wordt ontbonden;
      3. de vennootschap is failliet verklaard;
      4. de Vriendenaandeelhouder is gestorven.

De belastingadministratie heeft een inzagerecht in het Vriendenaandelenregister.

Het nieuwe artikel 14/9 Winwinleningbesluit vermeldt ten slotte de voorwaarden om aanspraak te kunne maken op het belastingkrediet van 2,5%.

Art. 14/9.

De Vriendenaandeelhouder die aanspraak wil maken op het belastingkrediet, vermeld in artikel 8/1 van het decreet van 19 mei 2006, levert op een van de volgende wijzen het bewijs, vermeld in artikel 7/1 van het voormelde decreet:

1° door voor het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbare tijdperk waarin de uitgifteovereenkomst Vriendenaandeel is gesloten, de geregistreerde uitgifteovereenkomst Vriendenaandeel en de briefwisseling, vermeld in artikel 14/2, tweede lid, van dit besluit, ter beschikking van de belastingadministratie te houden;

2° door in de aangifte in de personenbelasting voor ieder belastbaar tijdperk waarvoor om het belastingkrediet verzocht wordt, het rekenkundig gemiddelde van de volgestorte bedragen van de Vriendenaandelen die zijn aangehouden in het belastbare tijdperk, te vermelden in de vakken van het aangifteformulier die daarvoor zijn bestemd.

De belastingadministratie kan de Vriendenaandeelhouder vragen om het bewijs te leveren dat voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in artikel 3/1, § 1, 4°, van het decreet van 19 mei 2006

De regeling Vriendenaandeel zal op 11 februari 2021 effectief in werking treden in Vlaanderen.

Bron:

Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Winwinleningbesluit van 20 juli 2006, wat betreft het Vriendenaandeel, BS 01 februari 2021, p.7321;

Besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 houdende uitvoering van het decreet van 19 mei 2006 betreffende de Winwinlening, B.S. 17 augustus 2006.