De verjaringsstuitende brief als uitzondering op artikel 102 Codex Deontologie voor Advocaten

Binnen de advocatuur geldt als basisregel dat een advocaat geen rechtstreeks contact opneemt met een partij waarvan hij weet dat zij in dezelfde zaak wordt bijgestaan door een advocaat. Deze regel is opgenomen in artikel 102 van de Codex Deontologie voor Advocaten en beoogt een correcte communicatie tussen confraters te waarborgen.

Op deze regel bestaat evenwel een beperkte uitzondering. Volgens de rechtspraak en de deontologische adviezen van de Orde van Vlaamse Balies mag een advocaat een verjaringsstuitende brief rechtstreeks richten aan de tegenpartij, zelfs wanneer deze wordt bijgestaan door een advocaat. Deze mogelijkheid vindt haar oorsprong in artikel 2244 (oud) Burgerlijk Wetboek. 

De uitzondering wordt strikt geïnterpreteerd. De brief mag uitsluitend tot doel hebben de verjaring van een rechtsvordering te stuiten en mag niet worden gebruikt om inhoudelijke onderhandelingen te voeren of bijkomende standpunten over te maken. Bovendien moet steeds een afschrift van de brief worden bezorgd aan de advocaat van de tegenpartij. 

Wanneer aan deze voorwaarden is voldaan, is een dergelijke verjaringsstuitende brief zowel wettelijk als deontologisch toegelaten. Zo wordt enerzijds de bescherming van de rechten van de cliënt gewaarborgd en blijft anderzijds de transparantie en het respect tussen confraters behouden. 

BRON: https://www.ordevanvlaamsebalies.be/nl/deontologie-adviezen/advies-745

Related Posts