De toekomst van de financiering van de thuisverpleging

De organisatie en financiering van de thuisverpleging in België staat onder toenemende druk. Structurele maatschappelijke evoluties zoals de vergrijzing, de stijging van het aantal personen met chronische aandoeningen en de beleidsmatige verschuiving van zorg vanuit het ziekenhuis naar de thuissituatie hebben geleid tot een aanzienlijke uitbreiding van de zorgvraag. Tegelijk blijft het bestaande financieringssysteem grotendeels gebaseerd op afzonderlijke prestaties, waardoor essentiële maar minder zichtbare zorgactiviteiten slechts beperkt of helemaal niet worden vergoed. Dit spanningsveld vertaalt zich in een hoge werkdruk, een verhoogd risico op burn-out en een financieringsmodel dat steeds moeilijker aansluit bij de hedendaagse realiteit van de zorgverlening.

In die context kondigen het RIZIV en het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) een grootschalig pilootproject aan dat de basis moet leggen voor een hervorming van het werk- en financieringsmodel in de thuisverpleging. Juridisch gezien is dit pilootproject bijzonder relevant omdat het inspeelt op fundamentele vragen rond de organisatie van zorg, de autonomie van zorgverleners en de manier waarop publieke middelen worden ingezet om kwaliteitsvolle zorg te garanderen. Het project beoogt niet louter een technische aanpassing van tarieven, maar onderzoekt een alternatieve benadering waarbij de zorgnood van de patiënt centraler staat en het professioneel oordeel van de verpleegkundige meer gewicht krijgt.

De pilootstudie werkt met een experimenteel opzet waarbij deelnemende praktijken worden verdeeld in een interventiegroep en een controlegroep. Praktijken in de interventiegroep ontvangen tijdelijk een alternatieve financiering en passen hun werking aan volgens nieuwe principes, terwijl de controlegroep blijft functioneren binnen het bestaande systeem. 

Het KCE speelt een centrale rol in de evaluatie van het project en verzamelt zowel kwantitatieve als kwalitatieve gegevens. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de economische en organisatorische aspecten van de praktijken, maar ook naar de ervaringen van individuele zorgverleners en patiënten. Deze brede dataverzameling onderstreept dat toekomstige regelgeving niet enkel zal steunen op budgettaire overwegingen, maar ook op kwaliteitscriteria, werkbaarheid en patiëntenrechten. De resultaten van het project moeten uiteindelijk uitmonden in beleidsaanbevelingen die de basis vormen voor een nieuw, wettelijk verankerd financieringsmodel.

Voor praktijken in de thuisverpleging betekent deelname aan het pilootproject meer dan een louter operationele keuze. Zij engageren zich om actief bij te dragen aan een traject dat potentieel verregaande juridische en organisatorische gevolgen heeft voor de sector. Het pilootproject zal gedurende twee jaar lopen, zijnde van 2026 tot en met 2028. De uiteindelijke hervorming van het financieringssysteem zal dan ook niet los te zien zijn van de lessen die uit deze pilootstudie worden getrokken, en kan beschouwd worden als een belangrijke stap in de hertekening van het juridisch kader van de thuisverpleging in België.

BRON: https://www.riziv.fgov.be/nl/nieuws/het-riziv-en-kce-onderzoeken-werk-en-financieringsmodel-thuisverpleging-voor-toekomstige-hervorming

Related Posts