De regelgeving rond verpleegkundige zorgen binnen de verplichte ziekteverzekering blijft een complexe materie die voortdurend evolueert. Voor zorgverleners is het essentieel om niet alleen de formele bepalingen van de nomenclatuur te kennen, maar ook de praktische interpretatieregels en omzendbrieven die richting geven aan de toepassing ervan. De ziekteverzekering vergoedt enkel die verstrekkingen die nauwkeurig omschreven zijn in artikel 8 van de nomenclatuur voor geneeskundige verzorging, en mits deze uitsluitend worden uitgevoerd conform de vastgelegde voorwaarden. De indeling van de verpleegkundige handelingen gebeurt op basis van zowel de context waarin ze plaatsvinden als de aard van de zorg, hetgeen leidt tot een onderscheid tussen onder andere basisverstrekkingen, technische zorg, forfaits en specifieke technische handelingen.
De technische handelingen behelzen onder meer het hygiënisch toilet, het gebruik van evaluatieschalen (Katz-schalen) en de verzorging van patiënten die gedesoriënteerd zijn. De regelgeving bepaalt dat dergelijke hygiënische zorgen sinds 2016 niet meer mogen worden gefactureerd wanneer ze plaatsvinden in de praktijkkamer van de verpleegkundige. Pseudocodes moeten daarbij verplicht worden vermeld in het facturatiedossier, telkens wanneer de verzorging wordt verleend in een praktijkruimte of hersteloord. Ook op het vlak van wondzorg zijn er belangrijke evoluties, met recent ingevoerde principes die de uitvoering en attestering van complexe wondbehandelingen duidelijker afbakenen.
Voor meer gespecialiseerde technische verstrekkingen geldt een nog striktere beperking: enkel zorgverleners met de juiste kwalificatie mogen ze uitvoeren en attesteren. Het gaat bijvoorbeeld om het plaatsen en verwijderen van verblijfskatheters of het vervangen van sondes met ballon, waarvoor bovendien steeds een zorgplan moet worden opgesteld en opgenomen in het verpleegdossier. Ook voor forfaitaire prestaties en supplementaire honoraria zijn er duidelijke regels. Forfaits kunnen niet worden aangerekend in een praktijkkamer en vereisen naast de gebruikelijke pseudocodes ook de specifieke codes uit bijlage 87. Dezelfde beperking geldt voor zorg aan zeer afhankelijke patiënten, waarvoor de herhaalde technische verstrekkingen niet langer factureerbaar zijn wanneer ze niet in de thuiscontext plaatsvinden.
Daarnaast omvat de nomenclatuur ook bepalingen voor palliatieve thuiszorg, waarbij verpleegkundigen zowel het forfait voor palliatieve begeleiding als de bijhorende thuisverzorging kunnen attesteren, mits de voorwaarden strikt worden nageleefd. De opvolging van diabetespatiënten type 2 valt eveneens onder een specifieke regelgeving. Verpleegkundigen en erkende diabeteseducatoren spelen hierbij een belangrijke rol, zowel binnen het voortraject als binnen de formele zorgtrajecten. Tot slot wordt binnen het verpleegkundig consult de nadruk gelegd op het analyseren van de gezondheidstoestand van de patiënt, het bepalen van zorgdoelen en het overleg met de patiënt en zijn omgeving.
Deze regelgeving maakt duidelijk hoe belangrijk het is dat elke verpleegkundige niet alleen over de juiste vaardigheden beschikt doch eveneens over een grondige kennis van de administratieve en juridische context waarin de zorgverlening plaatsvindt. Alleen zo kan de continuïteit en kwaliteit van de zorg gewaarborgd worden.
BRON: https://www.riziv.fgov.be/nl/professionals/individuele-zorgverleners/verpleegkundigen/verstrekkingen-door-verpleegkundigen
