De imprevisieleer

Sinds de inwerkingtreding van boek 5 van het nieuw Burgerlijk Wetboek heeft de imprevisieleer zijn intrede gemaakt in het Belgisch recht.

De imprevisieleer (ook wel “hardship” genoemd) biedt een oplossing voor situaties waarin de uitvoering van een contract buitensporig moeilijk wordt door onvoorziene omstandigheden. Het gaat dus niet om overmacht (waar uitvoering onmogelijk wordt), maar om gevallen waarin uitvoering nog mogelijk is, zij het tegen aanzienlijk zwaardere voorwaarden voor één van de partijen. Denk bijvoorbeeld aan extreme prijsstijgingen van grondstoffen, onverwachte geopolitieke spanningen of ingrijpende economische crisissen. 

Gelet op de huidige geopolitieke spanningen, met grote prijsstijgingen van olie en andere grondstoffen tot gevolg, is de imprevisieleer uiterst relevant.

De imprevisieleer werd wettelijk verankerd in artikel 5.74 van het Burgerlijk Wetboek, waarvan de inhoud als volgt is:

“Art. 5.74. Verandering van omstandigheden
Elke partij moet haar verbintenissen nakomen, ook al zou de uitvoering ervan meer bezwarend geworden zijn ofwel doordat de kostprijs van de uitvoering is gestegen, ofwel doordat de waarde van de tegenprestatie is verminderd.
De schuldenaar kan evenwel aan de schuldeiser vragen om het contract opnieuw te onderhandelen met het oog op de aanpassing of beëindiging ervan indien aan de volgende vereisten is voldaan:
1° een verandering van omstandigheden maakt de uitvoering van het contract buitensporig bezwarend, dermate dat de uitvoering ervan redelijkerwijze niet langer kan worden geëist;
2° die verandering onvoorzienbaar was bij de contractsluiting;
3° die verandering is ontoerekenbaar in de zin van artikel 5.225 aan de schuldenaar;
4° de schuldenaar dit risico niet voor zijn rekening heeft genomen; en
5° de wet noch het contract die mogelijkheid uitsluiten.
De partijen blijven hun verbintenissen nakomen in de loop van de heronderhandelingen.
Bij afwijzing of mislukking van de heronderhandelingen binnen een redelijke termijn, kan de rechter, op verzoek van één van de partijen, ofwel het contract aanpassen om het in overeenstemming te brengen met hetgeen de partijen redelijkerwijze zouden zijn overeengekomen op het tijdstip van de contractsluiting indien zij rekening hadden gehouden met de verandering van omstandigheden, ofwel het contract geheel of gedeeltelijk beëindigen op een datum die niet mag voorafgaan aan de verandering van omstandigheden en volgens de nadere regels die de rechter vaststelt. De vordering wordt ingesteld en behandeld zoals in kort geding.”

De imprevisieleer verleent de schuldenaar aldus het recht om, wanneer zich na het sluiten van de overeenkomst onvoorzienbare en ingrijpende omstandigheden voordoen, de schuldeiser te verzoeken om het contract opnieuw te onderhandelen. Het uitgangspunt hierbij is dat het oorspronkelijke contractuele evenwicht fundamenteel is verstoord, waardoor de uitvoering van de verbintenis voor de schuldenaar buitensporig bezwarend is geworden.

Deze heronderhandelingsplicht impliceert dat beide partijen zich loyaal en te goeder trouw moeten opstellen. Het verzoek tot heronderhandeling is dus geen eenzijdig recht om het contract naast zich neer te leggen, maar eerder een uitnodiging tot dialoog met het oog op het herstellen van het contractuele evenwicht. Tijdens deze onderhandelingen blijft de schuldenaar in principe gehouden tot de uitvoering van zijn verbintenissen.

Indien de partijen er niet in slagen om binnen een redelijke termijn tot een aangepast akkoord te komen, biedt het artikel een bijkomende waarborg: de mogelijkheid om zich tot de rechter te wenden. De rechter kan vervolgens, rekening houdend met alle omstandigheden van het geval, beslissen om het contract aan te passen zodat het opnieuw in evenwicht wordt gebracht, dan wel om het geheel of gedeeltelijk te ontbinden.

Hou er rekening mee dat artikel 5.74 BW van aanvullend recht is en contractueel kan worden uitgesloten.

 Indien u vragen heeft over dit topic, aarzel dan zeker niet om ons te contacteren.

Related Posts